Familie Scholtze-Kin

Het zal zo omstreeks november 1902 zijn geweest dat mijn grootvader Martinus Cornelis Scholtze van Udenhout naar Rijen en Dongen vertrok om daar voor een jaarwedde van 400 gulden de post te gaan bezorgen. Een grote hutkoffer, welke nu bij mij boven staat, werd klaar gemaakt om zijn persoonlijke zaken in mee te nemen, om in Rijen in de kost te gaan. Alhoewel er toch een goede treinverbinding was tussen Rijen en Udenhout.
Hier in Rijen leerde hij Petronella (Pietje) Kin kennen een gegoede smidsdochter. Augustus 1905 huwden zij te Rijen voor wet en kerk alhoewel de familie Kin nogal wat bezwaren had, Tinus was maar amper goed genoeg. Zij hadden voorafgaande aan dit huwelijk een huis laten bouwen aan de Stationsstraat 86 (?) zonder hypotheek of papieren dak, dus echt vrij op naam, wat een weelde.
Te Rijen werden de volgende kinderen geboren:
27-05-1906 Adrianus Joannes Janus later fr. Martinez
12-03-1907 Anna Petronella Anna
27-04-1908 Petrus Antonius Piet
27-04-1908 Johannes Lambertus Jan
08-06-1909 Martina Johanna Tineke
16-09-1910 Petronella Isabella Pietje (?)
19-05-1913 Petrus Bernardus Piet

Als u goed kunt rekenen kunt u zien dat er binnen twee kalenderjaren vier kinderen werden geboren, wat een zorg zal dat geweest zijn, zonder de moderne hulpmiddelen van onze tijd.
Mijn moeder zei altijd de oudste moest nog twee worden en toen waren er al vier kinderen. Piet is na enkele maanden overleden en over Jan hoort u later meer. Tinus Scholtze werd spoedig ziek en kon zijn werkzaamheden bij de post niet meer volbrengen, daarom begon hij met het repareren van schoenen dat hij thuis kon doen er moest immers brood op de plank komen.
Mijn moeder vertelde tevens dat ze pas zeven was toen haar vader kwam te overlijden. Op 2 januari 1915 overleed inderdaad Martinus Cornelis Scholtze,
Naar ik meen aan een leverziekte.
Een nare periode was hieraan vooraf gegaan. Om aan te sterken waren reeds allerlei kosten gemaakt om betere en voedzamere middelen aan te kunnen schaffen. Natuurlijk waren er veel goederen schaars vanwege de oorlog 1914 – 1918. Ook verbleef Martinus vaak bij zijn zussen in Udenhout om de nodige rust te vinden en hierdoor kans op herstel. Zijn vrouw ging hem daar vaak opzoeken maar dan moest er oppas voor de kinderen zijn. – Als Tinus ter communie ging, dit maar enkele keren per jaar, dan zei hij dit ’s morgens tegen zijn vrouw en mocht er tegen hem niet meer gepraat worden. – Door zijn afwezigheid en verblijf in Udenhout kwamen de zorgen voor het gezin op moeders neer en op haar oudste dochter Anna.
Bij het overlijden van vader was er een hypotheekschuld van ƒ. 3000, — bij de familie Kin. Nu kwamen er pas echte zorgen voor Pietje Kin. Bij de begrafenis van vader hadden Anna en Tineke zwarte kleding aan gemaakt van een oude pastoorstoog, geld om iets te kopen was er immers niet.

Zoon Jan kon voor zijn zeven jaar niet lopen en lag nog steeds op bed. Met zijn zevende ging het beter en begon langs het bedje te lopen en zelfs te praten. Later ging Jan nog gewoon naar school en presteerde naar behoren. Zou hij in deze tijd zijn geboren (1975 -1995) dan zou het allemaal goed zijn gekomen volgens mijn moeder. Jan ging later nog wat werken bij zijn oom Jan Kuijl die een touwslagerij had en deed daar wat eenvoudige niet te zware werkzaamheden.
In de oorlogsjaren kreeg Jan tbc, een ernstige ziekte. Vanwege het oorlogsgevaar sliep de hele familie beneden in de huiskamer. Men gebruikte elkaars was en bedde- en wasgoed, onbegrijpelijk dat er niet meer mensen ziek zijn geworden. M’n moeder Anna Scholtze hield de ziekte van Jan geheim voor de Rijense bevolking, anders kwam er immers niemand meer in de winkel en zat ze zonder inkomsten. Jan is in 1943 overleden, kort voor zijn overlijden zei hij nog tegen zijn zus, “ik hou zoveel van jou”! hartverwarmende woorden om nooit te vergeten. Jeanne Put, de vriendin van Anna, wilde graag bij Jans sterven aanwezig zijn, maar dat gebeurt niet, anders vertelt ze het heel Rijen rond. Want Jeanne was een bebbel volgens mijn moeder.
Dochter Tineke leed aan vallende ziekte, epilepsie, waar in die tijd geen medicijnen voor beschikbaar waren, door de herhaalde aanvallen werd de situatie voor Tineke steeds erger. Ook zij is in de oorlogsjaren overleden aan tbc. Er werd een mooie grafsteen op hun graf geplaatst (van Jan en Tineke) welke later door een granaatscherf werd vernield, geld voor een nieuwe steen was er niet meer.

Zoon Janus (Adrianus) verbleef veel bij de tantes in Udenhout en wilde frater worden en ging hiervoor als 12 jarige naar de Ruwenberg, zodoende kon hij als oudste de zorgen niet meer met zijn moeder en zus delen. De tantes betaalden de kosten van zijn studie. Janus ging vaak naar de tantes om er in de vakanties te logeren, Udenhout trok hem meer dan de Rijen wat altijd zo gebleven is.

Zoon Piet was moeilijk in de omgang en zijn opvoeding viel zijn moeder erg zwaar, ook hij ging bij de fraters te Reuzel op school. Toen Anna , Piet eens mee naar de kerk nam of mee moest nemen kreeg ze te horen “ga toch met dat vervelend jong de kerk uit” en dit was nog wel tijdens de concecratie, Anna heeft haar broer Piet nooit meer mee naar de kerk genomen, dat werd voortaan moeders taak. Piet is het bakkersvak ingegaan en is later kok geworden op de vliegbasis te Rijen.

Om aan de kost te komen begon moeder Scholtze Kin een zetwinkeltje. Ze begon met de verkoop van schoenen voor Jean (of Janus) Boom uit Udenhout. Jean kwam iedere zondag vanuit Udenhout om de verkopen te controleren en de provisie af te dragen. De kinderen Scholtze gingen hem dan van de trein afhalen en kregen een cent om een snoepje te kopen. Later werd de winkel uitgebreid met wat pakken suiker en koffie. Ook werden er Buijs negerzoenen uit Oudenbosch verkocht evenals petroleum en speculaas. Om speculaas te verkopen moest Anna langs de deur om de bestelling op te nemen en later de speculaas weer heel af te leveren kapotte speculaas moest worden teruggenomen. Anna had een vreselijke hekel aan dat leuren langs de deur. Zus Tineke was hiervoor beter geschikt een Scholse of Kinse handelsgeest misschien.

Tante Tina uit Udenhout was benoemd als gezingsvoogdes en kwam zich met het gezin bemoeien ten goede en ten kwade. Toen Anna en Tineke op een zondag witte kousen aanhadden kregen ze een reprimande van de tantes die op bezoek kwamen. De kousen behoorden zwart te zijn, enkele weken later kwamen de tantes zelf met witte kousen naar de Rijen, Anna en Tineke mochten toen ook lichte kousen aan, maar de haren kort laten knippen bleef verboden.

Anna kon naar eigen zeggen goed leren op school en erg mooi schrijven. Zo mooi dat de zusters met haar schrift de school rond gingen om het in de andere klassen te laten zien. Ze had echter een probleem op school, ze praatte te veel, het gevolg was school blijven bij de zuster en een lange som maken die op 0 uit moest komen.
Toen Anna eens te Udenhout logeerde en een mooie halsketting droeg mocht natuurlijk iedereen deze ketting bewonderen. Mijnheer pastoor dacht daar kennelijk anders over. Bij het communie uitreiken zei hij; “Hoger gesloten
anders niet meer”.

Ook ging Anna werken bij de zusters van moeder Kin, weinig lovende woorden heb ik haar hierover horen vertellen. Hard werken, niet te laat komen, niet te vroeg weggaan en dank je wel zeggen. Ze werkte van zeven tot zeven voor
ƒ. 1.25 per dag. Tante kon haar erg vernederen, zodat ze huilend naar huis ging, gelukkig had ze een paraplu bij, zodat de dorpsgenoten haar tranen niet zagen.

Verschillende kinderen zijn al zeer jong overleden, zodat overbleven, Janus, Anna, Jan, Tineke en Piet.
Ze maakten ook nog een klein huisbrandje mee, Piet moest naar bed en kreeg de blaker mee naar boven met een brandende kaars. Na enige tijd stond de zolderbalk in brand en moest er geblust worden. Piet kwam in paniek naar beneden en zei dat er grote vlammen boven waren. Moeder Scholtze Kin ging van d’r eigen op z’n Brabants gezegd. De buren alarmeerden de brandweer die spoedig ter plaatse was met paard en kar. Als we later in Rijen logeerden moesten we altijd even naar die balk kijken. Ome Piet is levenslang als brandstichter (in de goede zin) geplaagd. Piet dronk ook graag een borreltje, maar op 1ste Kerstdag een borreltje drinken in het café vond moeder Scholtze Kin niet goed, Anna moest hem met een vriendin gaan halen en hij kwam mee naar huis.
26 september 1937 overleed moeder Scholtze Kin, naar ik meen aan een zware griep, mijn moeder vertelde me dat ze altijd de kraan lang moest laten lopen om zodoende haar moeder koud water te kunnen laten drinken.
Later (ca 1999) sprak ik Anna Kin een nicht van mijn moeder Anna Scholtze die zeer lovend sprak over haar tante Pietje. Ze probeerde altijd thuis weg te komen om bij Tante Pietje koffie te gaan drinken. Ze noemde haar een moedige, maar ook vrolijke tante waar het goed toeven was. Ook mijn moeder vertelde dat Pietje altijd opgeruimd was en niet zo zwaar op de hand als zijzelf was.

Maar nu stond mijn moeder alleen voor het gezin Scholtze Kin, Janus (frater Martinez) naar het klooster en Piet leefde uit een korf zonder zorg. Jan ziek, Tineke vallende ziekte, een zware opgave.
Intussen was ze ook verliefd geworden op een knappe Udenhoutse jongen, waarvan ze allang wist ik trouw met hem of ik trouw niet. Maar een huwelijk ingaan met twee gehandicapte kinderen wilde ze niet. Haar jongen (Kees) liep vanwege een polio aanval op z’n tweede jaar wat mank, de mensen in de Rijen zeiden daarom “maar Anna je kunt toch wel een betere krijgen”. Maar het is Kees van Iersel geworden!
Zoal u gelezen hebt zijn Jan en Tineke in de oorlogsjaren overleden en woonde Anna en Piet nog samen aan de Stationsstraat te Rijen.
Nu kon er getrouwd worden en wel op 2 maart 1943. Anna trouwde met Kees van Iersel uit Udenhout en ging in Udenhout bij de tantes wonen.
Piet trouwde op dezelfde dag met Annie Verheijen en nam het ouderlijk huis met de winkel over. Ze vierden feest in het café van de familie Kin naast het ouderlijk huis. Kees van Iersel had voor de nodige versnaperingen gezorgd en kwam met twee koffers vol etenswaren vanuit Udenhout per trein naar de Rijen.
Als hij gesnapt was, was de hel bruiloft niet doorgegaan. Alles was voor iedereen afgeteld, twee broodjes, twee plakjes beleg, voor de heren een sigaar en drie borreltjes enz. enz.
Om twaalf uur ging het café dicht en werden de festiviteiten voortgezet in de ouderlijke woning.

Geplaatst in Verhalen.